Harry Veth slaagt in 1920 aan de Middelbare Technische School, afdeling suiker, in Dordrecht. Hij vertrekt op 6 november 1920 naar
Nederlands-Indië. Daar werkt hij van 1921 tot 1923 als tweede machinist bij de suikeronder-nemingen Kentjong en Njadiredjo van de
Handels-vereninging 'Amsterdam'. Dezelfde functie heeft hij van 1923 tot 1925 bij de suikermaatschappij in Tjoekir. Na een jaar verlof
in Nederland, werkt Harry tot 1927 in Indië als assistent boormeester en assistent terreinmachinist bij de Bataafsche Petroleum
Maatschappij (BPM). Vervolgens vertrekt hij voor een jaar als trainee in de olieindustrie naar Californië (Verenigde Staten). Hij
keert op 28 juli 1928 terug in Nederland. Eind dat jaar werkt hij als engineer bij de N.V. Curaçaosche Petroleum Industrie Maatschappij
(CPIM), een dochteronderneming van Shell. Hij neemt daar ontslag (de olieindustrie had te maken met teruglopende omzet waardoor Harry
weinig werk heeft) en vertrekt op een koopvaardijschip - waarop een vriend van hem werkt - naar Nederland.
Harry leert in Nederland
Sjaan Koopmans kennen. Op 2 oktober 1929, kort na hun huwelijk, vertrekken zij met de 'Tjermai' van Rotterdam naar Batavia. Op Java
werkt Harry tot 1932 bij suikerfabrieken in Wingangan en Sragi. Door 'den heerschende suikercrisis, waaronder personeel inkrimping
nodig werd' verliest Harry zijn baan, waarna hij met zijn gezin (dochter Jeanne is inmiddels geboren) in het najaar van 1932 met het
ms Dempo naar Nederland terugkeert.
Terug in Nederland studeert Harry voor de akte bekwaamheid voor nijverheidsonderwijs. Voor de
bijverdiensten werkt hij daarbij 's avonds als controleur van avondnijverheidscholen voor jongens. Op 1 augustus 1935 krijgt hij onderwijsbevoegdheid
en gaat hij werken als leraar op de ambachtsschool en avondtekenschool in Haarlem. Per 1 december 1941 krijgt hij een aanstelling
als directeur van een ambachtsschool in Gorinchem. Daar werkt hij tot 1 september 1952. Harry Veth werkt daarna als invalleerkracht
in Zutphen en Sliedrecht en gaat rond 1955 voortijdig met invaliditeitspensioen.
Hendrik Johannes (Harry) Veth, werktuigbouwkundige, leraar, zoon van
Bastiaan Veth en Maria Elisabeth le Grand, geboren in Den Haag
op 10 september 1897, overleden in Gorinchem op 3 februari 1978, daar begraven (Oude Algemene Begraafplaats), 80 jaar oud, getrouwd
in Dordrecht op 21 augustus 1929 met
Adriana Wilhelmina (Sjaan) Koopmans, geboren in Dordrecht op 20 mei 1902, overleden in Gorinchem
op 24 april 1976, daar begraven (Oude Algemene Begraafplaats), 73 jaar oud, dochter van Jan Koopmans en Elizabeth Dubbeldam,
kinderen:
1
Jeanne Maria Veth, onderwijzeres op een methylschool, geboren in Pekalongan (Nieuw Oost Indië) op 20 september 1931, overleden in
Delft op 3 februari 1992, 60 jaar oud, getrouwd in Gorinchem op 12 augustus 1954 (gescheiden) met
Pieter Jan Daniel (Peter) Colenbrander,
laborant bij de Centrale Suikermaatschappij (CSM), geboren in Amsterdam op 24 juni 1922, overleden in Rotterdam in 1977, ongeveer
55 jaar oud, zoon van Hendricus Johannes Colenbrander en Maria Al, 2 kinderen;
(foto's op deze pagina met dank aan Bastiaan Veth)
Hendrik Johannes Veth (1897-1978) en Adriana Wilhelmina Koopmans (1902-1976)