Philip Veth, zoon van
Cornelis Vet en Neeltje Brouwer, gedoopt in Papendrecht op 17 februari 1737, daar overleden op 23 september
1807, 70 jaar oud, getrouwd in Papendrecht op 28 december 1760 met
Leentie van de Graaf, gedoopt in Papendrecht op 22 april 1734,
daar overleden op 11 april 1814, 79 jaar oud, dochter van Jan Hendriksz van de Graaf en Teuntje Teunis Boer,
kinderen:
1 Kornelis Vet, bouwman, gedoopt in Papendrecht op 27 september 1761, daar overleden op 25 september 1826, 64 jaar oud;
3 Neeltje Vet, gedoopt in Papendrecht op 28 oktober 1764;
4 Teuntje Vet, gedoopt in Papendrecht op 26 juli 1767,
daar overleden op 16 augustus 1829, 62 jaar oud, getrouwd in Papendrecht op 18 mei 1794 met Arij Matena, arbeider, werkman, gedoopt
in Papendrecht op 5 juli 1761, daar overleden op 25 februari 1832, 70 jaar oud, zoon van Adriaan Matena en Teuntje van der Steeg,
9 kinderen;
6 Pietertje Vet, gedoopt in Papendrecht op 6 september 1772, overleden in Melissant
op 12 januari 1853, 80 jaar oud, getrouwd met Johannis Verheule, gedoopt in Nieuw-Vossemeer op 5 juli 1772, overleden in Melissant
op 13 december 1825, 53 jaar oud, zoon van Cornelis Verheule en Angenietie v.d. Ree, 7 kinderen;
Philip Veth - bijgenaamd 'den Ouden' - staat op een lijst van brandweerpersoneel uit 1759 als 'waterschepper eerste ploeg'. Hij staat
in 1784 op de lijst van zogenoemde weerbare mannen. Op die lijst staat dat Veth ook lid van de kerkeraad is. Philip pacht in 1789
'de Griendt' en de 'Hooge Boezem' en na de dood van zijn vader neemt hij de pacht van de Nol (een stuk land bij de watermolen) over.
In de laatste jaren van zijn leven lijdt Philip Veth onder verschillende overstromingen en uitvallen van de Fransen vanuit Gorinchem
op Dordrecht. Deze troepenbewegingen dwingen hem en zijn vrouw, net als de rest van de Papen-
drechtse bevolking, te vluchten in de
grienden en daar-buiten.